Nieuws

Internationale Finale Y’POETRY 2012

20-04-2012

Lees meer

Poëziedag voor jonge dichters en poëzieliefhebbers van 16 tot 26 jaar

12-04-2012

Lees meer

Gedichten winnaars Gent op deze site

16-02-2012

Lees meer

VERS PoëzieRevue in Gent

09-02-2012

Lees meer

Deventer dichttalenten door naar landelijke finale

31-01-2012

Lees meer

Winaars VERS PoëzieRevue Oss bekend

30-01-2012

Lees meer

Jan Lauwereyns wint VSB Poëzieprijs 2012

26-01-2012

Lees meer

« Nieuwer  |  Ouder »
Nieuws archief:
2010 | 2009 | 2008 | 2007
VERS / schoolderpoëzie
Postbus 11755
1001 CT Amsterdam
tel: 020 3307817
fax: 020 4279593
mail:

Schrijftips en advies

 

Download hier de werkbundel STEEDS OPNIEUW BELUISTERD, de bundel met een selectie van gedichten van de genomineerden voor de VSB Poëzieprijs 2012. Deze werkbundel vormen de basis voor de poëziewedstrijd van VERS  2012. 

 

Wil je een gedicht schrijven en weet je niet hoe dat moet? Dan volgen hier een aantal schrijfopdrachten/tips die je kunt gebruiken bij de bundel STEEDS OPNIEUW BELUISTERD.  Veel succes!

 

Gedichten maken naar de genomineerden voor de VSB-poëzieprijs 2012

PETER GHYSSAERT

1. Zelfportret met ezelskaakbeen (blz. 4)
- Maak zelf een nieuwe titel met een zelfgekozen woord, dat bestaat uit de combinatie van een dier of een voorwerp en een menselijk of dierlijk lichaamsdeel (bv. zelfportret met vaasoog, zelfportret met pauwenkop, zelfportret met paardenvleugel). Bedenk wie de hoofdpersoon is in jouw gedicht (een man, een vrouw, een kind etc).

- Schrijf op:
een ruimte
een weersomstandigheid
een verlangen
een handeling (in het gedicht verlaten, een uitgang zoeken)
-  Kijk naar de vorm van het gedicht: 4-3-3-1 regel(s). Het is geschreven in de derde persoon. Het woord Lang wordt herhaald.
- Maak nu je eigen Zelfportret met… en verwerk alles wat je al hebt opgeschreven.
Neem de vorm van het gedicht van Ghyssaert over. Verwerk ook het zelfgekozen woord uit de titel in het gedicht.


2. Over de liefde wil ik je nog zeggen (blz. 5/6)
-  Bedenk eerst tegen wie je iets wilt zeggen over de liefde of over een ander gevoel. Stel je eigen herhalingsregel samen. Over ... wil ik je nog zeggen
- Kies vijf woorden uit het gedicht van Ghyssaert of uit andere gedichten en schrijf ze op.
- Ghyssaert gebruikt beelden, vlag, zakdoek, kleine stad, melkkleurige kei. Zoek ook beelden die bij jouw onderwerp passen. Vermijd clichés. Maak ongewone combinaties als ‘glasheldere stoel’.
- Maak nu je gedicht, in dit geval, maximaal veertien regels, met twee of drie keer de herhalingsregel. Gebruik drie witregels. Verwerk wat je al hebt opgeschreven.


3. Uit de diepte van de schedel (blz. 9)
-  Stel je voor dat je een schilderij zou maken over de gedachten uit het diepste van jouw schedel.
- Met welke ruimte zou je jouw schedel kunnen vergelijken?
Hoe ziet het er daar binnen uit? Leeg, vol, open, gesloten deuren, rechte of kronkelige gangen, licht of donker. Zijn er ramen? Verborgen hoeken? Kun je je er kleuren, materialen of iets anders bij voorstellen? Lijkt het op een gebouw bv. graansilo, wolkenkrabber, rijtjeshuis, circustent?
-  Zijn er geluiden? Woorden?
-  Laat je inspireren door het gedicht van Peter Ghyssaert en beschrijf jouw schilderij in de vorm van een gedicht.



JAN LAUWEREYNS

1. Ik hoorde je fonkelen in mijn slokdarm (blz.11)
- Maak zelf een gedicht bestaande uit 5 strofen van twee regels. Lauwereyns richt zich tot iemand, ‘je’. Wie is ‘je’ in jouw geval?
Je gebruikt vijf keer een start van Lauwereijns.
De eerste strofe begint met: Ik hoorde je…
De tweede met: Verenigd….
De derde met : Ik die….
De vierde met: Verscheurd…
De vijfde met: Jij die…
 

2. Het is een echt (blz. 14)
-Schrijf zelf een dialoog van 14 regels die begint met: ‘Het is een echt’.
Lees eerst het gedicht goed door en laat je inspireren door de toon en de zeggingskracht.
- Kies zelf twee personen die met elkaar spreken. Verzin eigenschappen bij de personen. Verzin een onderwerp dat voor één van de twee van belang is.
Houd het onderwerp verborgen in het gedicht. Verzin zelf een vraag als
‘Is het dan een gedicht’.


3. Het is een echt…(blz.14)
- Kies zelf een eerste regel uit het gedicht (blz. 14, 15, 16, 17) en schrijf vervolgens zelf een dialoog van 14 regels (bv. ‘Het is waar’, of ‘Het is eigenaardig’, of ‘Wat doe je daar’ of ‘Giftig’). Lees eerst het gedicht zelf goed door en laat je inspireren.


4. Licht weerspiegeld, ontvangen (blz.19)
-Je gaat een gedicht schrijven aan iemand of meer mensen over de Waarheid, eindigend met ‘Zie je’.
-Schrijf eerst op: tot wie richt je je?
-Schrijf op: drie woorden uit het gedicht van Lauwereyns (alleen blz.19)
-Schrijf drie woorden op die slaan op de Waarheid waar jij het over wilt hebben
-Schrijf je gedicht van 12 regels en gebruik wat je al hebt opgeschreven.



WILLEM JAN OTTEN

1. Ik heb u beoefend als jongen van elf (blz. 23)
- Kies zelf een moment uit je leven, bijvoorbeeld het moment waarop je besefte wat je wilt worden of het moment dat je je voor het eerst heel alleen voelde of een belangrijke herinnering en omschrijf jezelf zoals Otten doet ‘als jongen van negen’, ‘als meisje van dertien’. Schrijf op.
 -Omschrijf de herinnering in losse woorden:
- een plek, waar speelde het zich af ( zoals ‘een ven niet ver van de moedertent’)
- een bezigheid (zoals ‘keilen, tellen, keilen, tel) – wat deed je
- wat dacht je
- wat zag je
- waren er dieren (zoals ‘zwaluwen’ en ‘muggen’) of een dier
- kies iets uit de natuur (zoals ‘zwarte wateren’)
- Otten richt zich tot een U-figuur. Wie zou jij willen noemen? Een jij? Wie schuilt daarachter?
- Schrijf een gedicht van twaalf regels en gebruik twee witregels. Gebruik wat je al hebt opgeschreven.
 

2. Ik had die dag mijn vader opgehaald (blz. 24)
- Je gaat een gedicht schrijven over een vader-zoon of een vader-dochter verhouding of een moeder-zoon of moeder -dochter
- Schrijf eerst op: de situatie waarin vader/moeder en kind bij elkaar zijn (auto, museum, stadion, straat, kamer, keuken, tuin etc.). Hoe is de stemming, welke handelingen, wat voor weer? Wat doen ze samen?
- Maak twee nieuwe samengestelde woorden zoals ook Otten doet (heenwegdialoog, voetensteuntjesworsteling)
- Schrijf nu een 12-regelig gedicht, met deze woorden erin.
- Het gedicht begint met: Ik had die dag met hem / haar…
De vijfde regel luidt: Het deed hem/haar denken aan…


3. Als dat U inbegrepen bent in mij (blz. 30)
- Kies iemand of personen die je aanspreekt of benoemt, je kunt ook een held of een god, godin, geest of bron van inspiratie aanspreken met U, jij, jullie, hij, zij, wij
- Maak een gedicht in een driehoek. De laatste regel bestaat uit één woord: het woord dat je eerder hebt gekozen (U, jij, wij, etc.)

ERIK SPINOY

1. De ingeslapen adem als een schroef (blz. 31)
- Kies een reis die je ooit hebt gemaakt, denk aan een plek en stel je voor wat je allemaal hebt gezien en meegemaakt. Schrijf eerst losse woorden op en gebruik wat ook Spinoy gebruikt. Stel je voor dat je een foto van een bijzondere locatie beschrijft die veel vertelt over het land of de stad. Is het ochtend, middag, avond of nacht? Is het koud of warm? Wat kun je allemaal zien? Waar lijken deze dingen op?
Dingen uit de natuur (zoals stoffige palmen)
Dingen van het landschap of omgeving (zoals verkeer maïsgeel)
Voertuigen (zoals autocars)
Ruimtes (zoals eetzaal)
Geluid (zoals rinkelend)
Details (zoals getralied raam)
- Maak een gedicht van 5 of 6 strofen van telkens twee regels, waarbij de eerste telkens korter is dan de tweede.
 

2. Op rubberen wielen schuift de deur (blz. 34)
- In dit gedicht komt het begrip ‘dode kamer’ voor, een ruimte zonder echo.
- Noem zelf een ruimte of verblijfplaats waar je bijzondere herinneringen aan hebt of waarover je kunt fantaseren: ijzingwekkende koelcel, zwevende cocon, vliegende auto, benauwde bioscoopzaal, fluisterende wachtkamer
- Kies vier woorden uit de gedichten op blz. 34, 35 en 36. die je fantasie prikkelen (er staan veel woorden in die te maken hebben met de installaties van de kunstenares Ann Veronica Janssens).
- Schrijf je gedicht over de door jou gekozen ruimte en gebruik de woorden uit de gedichten die je gekozen hebt. Maak een gedicht van ongeveer tien regels en gebruik drie witregels.


3. Een man in een hotel neemt roerloos waar (blz. 38)
- Je neemt een ruimte in een bijzonder gebouw of plek op een reis, in de stad of een andere gelegenheid die je goed kent (hotelkamer, museumzaal, campingkantine, concert)podium en je schrijft alles op wat je op die plek kunt zien en voeg er steeds details aan toe (schalen lauwe groente). Lees het gedicht van Spinoy ter inspiratie.
- Schrijf nu je gedicht met je materiaal, misschien betekent dat in dit geval vooral: ordenen. Spiegel je aan Spinoy en kies je eigen woorden.
- Kies een woord dat jij zelf herhaalt (zoals Spinoy doet met ‘koffie, koffie, koffie’)
- Gebruik de vorm van het gedicht van Spinoy


4. Schrijf een gedicht over een kunstwerk, een schilderij of een sculptuur


ANNE VEGTER

1. In de winter buiten wonen (blz. 39)
- Schrijf een gedicht, gericht aan iemand (je richt je tot een je-persoon, zoals Anne Vegter doet: We misten je, toen je..etc.). Het is iemand die je mist, niet zozeer lijfelijk, maar vooral doordat die persoon niet meer is wie hij of zij was.
Of doordat jijzelf veranderd bent.
- Wie mis je? Waar ligt het aan? Wie is er veranderd? Hoe? Schrijf dit eerst op.
- Schrijf een paar dingen op, die bij de persoon horen op wie je je richt.
- Schrijf nu een gedicht van acht regels, verdeeld over vier strofen, zoals Anne Vegter doet. Gebruik wat je al hebt opgeschreven.
 

2. Overig nieuws (blz.40)
- Je gaat een gedicht schrijven over een gesprek dat ‘je’ hebt met een vader, een moeder, een broer, een zus nav een bijzondere gebeurtenis.
- Met wie voer je het gesprek? Waar gaat het gesprek over? Schrijf kort op.
- Schrijf ook drie woorden op uit het gedicht van Anne Vegter of uit andere gedichten.
- Schrijf een gedicht van 12 regels en begin regels minstens vier keer zoals Anne Vegter doet: je spreekt je uit…je herinnert je…je praat met hem
je zegt dat je…je wijst op…
Bedenk hierbij dat de ‘je’ in deze regels de ik is die vertelt over het gesprek.
De ik plaatst zichzelf in de je-vorm.


3. Ik, mijn broers, mijn moeder en mijn vader (blz. 46)
- Beschrijf zelf een al of niet bedacht gezin of familie met een vergelijkbare regel als de bovenstaande. Begin met ‘ik’: ik, mijn broer, mijn zus en mijn moeder, als voorbeeld. Schrijf op.
- Bedenk een ruzie, een vervelende gebeurtenis of een ramp, waar deze familie mee te maken krijgt (bv. echtscheiding, treinongeluk).
- Schrijf een gedicht van 14 regels:
3 regels beginnen met: ze zeiden
3 regels beginnen met: ik zeg
Gedichten maken naar de genomineerden voor de VSB-poëzieprijs 2012
 

Algemeen

- Kies een gedicht dat jou aanspreekt, dat je mooi, bijzonder of vreemd vindt.
- Druk in één woord of in een korte regel uit, waar het volgens jou over gaat (niet de titel overnemen, verder is elk antwoord goed). Dit wordt jouw onderwerp.
- Kies 3 woorden uit het betreffende gedicht die je ook wilt gebruiken.
- Kies drie andere woorden, die voor jou bij het onderwerp passen.
- Schrijf je eigen gedicht, waarbij je je spiegelt aan de vorm van je gekozen gedicht, met wel veel vrijheid.

 

random